Logo St.Wijzer
Terug naar de verslagen

 

VERSLAG VAN DE LEZING VAN

Jacob Slavenburg

27 Oktober 2004

MARIA MAGDALENA

Dames en heren goedenavond.
Maria Magdalena, wie was zij? Het is heel opvallend dat de bijbel redelijk zwijgzaam over deze vrouw is. Ze wordt eigenlijk maar bij twee gebeurtenissen genoemd, aan het graf en ergens bij Lucas, de vrouw van wie zeven demonen zijn uitgegaan. Het kleine beetje informatie dat we vinden in het Nieuwe Testament (NT) heeft geleid tot een beeld van Maria Magdalena, en zo is ze ook heilig verklaard in de 9e eeuw, als Maria Magdalena van de boetedoening. Zij werd gelijkgeschakeld met de boetedoende vrouw uit Lucas 7. Boete deed je voor zonde en zonde begaan door vrouwen in die tijd werd algemeen geacht dat het seksuele zonde moest zijn. Dus Maria Magdalena zou een hoer zijn geweest. Het meest moderne onderzoek dat plaatsgevonden heeft naar deze bijzondere vrouw wijst één ding volstrekt uit, dat het geen hoer was, maar een grote ingewijde.
Ik zei u net dat er maar twee gebeurtenissen zijn in het NT waarbij Maria Magdalena met naam wordt genoemd, in eerste plaats dus aan het graf. Toch geven de vier Evangelisten die er allemaal over schrijven, daar een wat andere lezing over. Lucas heeft het over één van de vrouwen, o.a. ook Maria de moeder van Jezus, die van een engel hoort als ze aan het graf verschijnt, dat Jezus is opgestaan. De vrouwen worden aangespoord om die boodschap te gaan brengen bij de elf overgebleven mannelijke discipelen. U weet er waren eerst twaalf, maar Judas telt dus niet meer mee. Bij Mattheüs vinden wij eigenlijk hetzelfde. Er vindt een ontmoeting van de vrouwen plaats, niet met een engel maar met Jezus zelf. Marcus volgt voor een deel Lucas of laten we zeggen Lucas volgt Marcus, want Marcus was eerder. Daar heeft Jezus ook een ontmoeting met de vrouwen. Het stuk waar dat in staat is een latere aanvulling, behoort dus niet tot het originele evangelie en wordt ook wel apocrief genoemd.
Er staat ook in dat Maria Magdalena de vrouw is uit wie zeven demonen zijn gedreven. Alleen bij Johannes, de vierde Evangelist, verschijnt Jezus aan Maria alleen. Dan krijg je het prachtige tafereel, dat ook door veel schilders met penseel is vastgelegd. ‘Raak mij niet aan’- ‘noli me tangere’- want ik moet nog opstijgen. Maria herkent Jezus niet gelijk, zij denkt eerst dat het de tuinman is en vraagt: waar is het lichaam van diegene gebleven, die hier begraven is? Jezus zegt ‘Maria’ en wordt op dat moment door Maria herkent. Die toevoeging bij Marcus, de vrouw uit wie zeven demonen zijn gedreven, vinden wij ook bij Lucas. Maar bij Lucas vinden wij die op een heel ander moment. In hoofdstuk 8 schrijft Lucas, dat Jezus rondtrok door het Palestijnse land en dat er vele vrouwen waren die hem volgden, o.a. Maria Magdalena van wie zeven demonen zijn uitgegaan. Daar wordt Maria Magdalena dus met naam genoemd.
Toen is er iets gebeurt wat eigenlijk verstrekkende gevolgen heeft in onze beeldvorming over Maria Magdalena. U moet zich voorstellen, dat de bijbel vroeger achter elkaar werd doorgeschreven, hetzij in het Syrisch, het Grieks of wat voor taal ook. Hetzelfde zie je trouwens bij alle oude handschriften, b.v. ook bij de Nag Hammadi–handschriften. Dat er geen gebruik werd gemaakt van leestekens was gemakkelijk, maar heeft ook wel eens tot verwarring geleid. Verder heeft het ertoe geleid, dat er pas later indelingen werden gemaakt. Wat de bijbelse evangeliën betreft is dat pas in de Renaissance geweest, rond 1500. De hoofdstuktitels (b.v. ‘De vrouwen aan het graf’) en alinea’s, die u vandaag in de nieuwe bijbelvertaling kunt lezen, staan dus niet in de originele teksten.
Het verhaal in Lucas 8, waar Jezus werd gevolgd door o.a. Maria van Magdala, volgt op het bijzondere verhaal waar Jezus te gast is geweest bij Simon, de vrome Farizeeër (Lucas 7). Hij ligt daar met een aantal leerlingen aan tafel. Er komt een vrouw binnen, waarop bij de gasten een golf van ontzetting door de zaal heengaat, want die vrouw is een slechte vrouw, dat is een hoer. Die vrouw ziet Jezus zitten, knielt bij hem neer en begint hartgrondig te wenen. Jezus voeten worden overstelpt door haar tranen en zij droogt die voeten af met haar haren. Jezus zegt: ‘Vrouw sta op. Wie veel liefde heeft betoont zal ook veel liefde krijgen. Uw zonde zijn u vergeven.’ Op de ontzetting van Simon en de gasten reageert Jezus met het volgende: ‘U veroordeelt deze vrouw wel, maar toen ik binnen kwam heeft u mij geen kom water gegeven om mijn handen te wassen. Zij heeft mijn voeten met haar tranen gewassen. U heeft mij geen doek gegeven om mijn handen te drogen. Zij heeft mijn voeten met haar haren gedroogd.’ En dan herhaald hij nogmaals wat hij tegen die vrouw gezegd heeft, dat liefde dus niet gebonden is aan vooroordelen.
Ik vertel het even in mijn eigen woorden, omdat het mij gaat om de betekenis en de zin die hier achter zit. Men heeft dus die twee hoofdstukken aan elkaar gekoppeld en de verschijning van Maria Magdalena gekoppeld aan die naamloze vrouw, die niet met naam wordt genoemd. Daarom is Maria Magdalena de geschiedenis ingegaan als de boetedoende vrouw.
Het verhaal bij Mattheüs lijkt op dat bij Lucas. Jezus is te gast bij Simon en er komt een naamloze vrouw die hem zalft. Opmerkelijk is, dat ook Johannes in zijn evangelie schrijft over een vrouw die Jezus zalft en daar heeft zij wel een naam. Zij heet Maria en is de zuster van Martha en Lazarus. Dan zijn er nog verhalen over een Maria die het beste deel gekozen heeft. Jezus komt in een huis waar Martha en Maria als gastvrouw optreden. Martha is in een bezige bui en loopt met de koffie, suiker e.d. terwijl Maria aan de voeten van Jezus zit en luistert naar wat hij te zeggen heeft. Martha begint vervolgens een beetje te sputteren: ‘Ik moet hier ook alles alleen doen’. Jezus antwoord: ‘Kijk, Maria heeft gekozen voor het goede deel’. De combinatie van al die verschillende vrouwen, waarvan er dus maar enkele keren Maria Magdalena met naam wordt genoemd en enkele keren alleen de naam Maria genoemd wordt. Verder worden alle naamloze vrouwen door paus Gregorius in de 5e eeuw na Christus tot een vrouw gecomponeerd, zou je kunnen zeggen. En dat was Maria Magdalena.
Ik kan me voorstellen dat het u een beetje gaat duizelen en daarom heb ik het in een klein boekje naar aanleiding van het evangelie volgens Maria Magdalena allemaal nog een keer op een rijtje gezet om te resumeren. Vanuit bijbelse bronnen is aan te nemen dat Maria van Magdala (Magdala is de plaats waar Maria vandaan kwam. Magdalena betekent dus eigenlijk ‘van Magdala’) getuige was van de kruisdood van Jezus, dat zij de eerste was die de opgestane Jezus ontmoette en dat het een vrouw was uit wie zeven demonen waren weggegaan. Dat zijn dus drie gebeurtenissen waar duidelijk de naam Maria Magdalena aan verbonden wordt. Vanuit bijbelse bronnen is eveneens aan te nemen dat er ook een Maria was. Of dat dezelfde was of niet dat weten we niet. Een Maria die in Betanië woonde, de zus was van Martha en Lazarus en die Jezus voeten zalfde. Dan wordt er verder nog in de evangeliën gewag gemaakt van de vrouw zonder naam die Jezus voeten wast met haar tranen en afdroogt met haar haren, volgens Lucas een zondares. En die volgens de evangelisten Mattheüs en Marcus Jezus hoofd zalft met kostbare balsem. Die vrouwen zijn dus allemaal samen gecomponeerd tot Maria Magdalena.
Om Maria Magdalena iets beter te begrijpen is het eigenlijk heel interessant om te zien wat zich nu afspeelde in dat hele vroege christendom, de tijd van Jezus en de tijd daar direct na. Dan zult u zeggen, ja dat weten we toch, dat staat in het NT. Nee, lieve mensen, dat staat niet in het NT. Weliswaar verteld ‘Handelingen’ iets over de tijd na Jezus, maar dat is een zeer beperkt verhaal. Daarin spreekt de schrijver ervan, Lucas, ook regelmatig Paulus, tegen als zij het over een zelfde gebeurtenis hebben. De ‘Handelingen’ zijn geschreven rond 90 na Chr., ongeveer een jaar of 60 na de dood van Jezus en dus een jaar of 50 na de bloeitijd van de Jeruzalemse gemeente.
En toch is dat niet de meest betrouwbare informatie die wij hebben.Wij hebben over dat vroege Christendom hele andere informatie en dat is eigenlijk nog niet zo lang. Doordat er in 1945 bij Nag Hammadi een bijzondere vondst werd gedaan hebben wij ook wat meer interesse in de bijbelwetenschap gekregen. De vorige eeuw, de 20e eeuw heeft rond de vijftiger jaren twee enorm grote vondsten opgeleverd. Het komt zelden voor dat er zo’n groot aantal handschriften in één vondst, in één grot of één kruik worden gevonden.
Het meest bekend zijn de rollen van de Dode Zee geworden. In 1947 was een Bedoeïenen jongen op zoek naar een schaap en gooide een steen in een grot waar dat schap ingegaan was. Hij hoorde iets rinkelen, ging kijken en vond een kruik met een aantal perkamenten daarin. Dat was het begin van de ontdekking van de Dode Zee rollen. Daarna werd er ook in de andere grotten gezocht en er waren een aantal perkamenten op de zwarte markt terecht gekomen en werden verhandeld door antiquairs. Toen de vondst weer een beetje bij elkaar was heeft men een verdeling gemaakt. Men heeft gezegd dat een deel in Jeruzalem wordt bestudeerd en van het andere deel worden de vertaalrechten verkocht aan de universiteiten. De plaats Groningen kent een goede leerstoel theologie waar toen de tijd professor v/d Woude en professor v/d Ploeg zaten. De Nederlandse regering heeft ervoor gezorgd dat een klein deeltje van die vondst van de Dode Zee rollen aangekocht werd voor toen 100 000 gulden. De heren v/d Woude en v/d Ploeg als serieuze wetenschappers hebben in vier jaar tijd een commentaar op het bijbelboek Job vertaald en uitgegeven met aan de linker kant de grondtekst en aan de rechter kant de vertaling. Zo ging het helaas niet met andere universiteiten. Vooral in Amerika, waar het niet om tonnen maar gelijk om miljoenen ging, verdwenen de geschriften in bureauladen van professoren die nog iets anders te doen hadden, zoals tentamens afnemen of artikelen schrijven om hun wetenschappelijke waarde hoog te houden. Dat heeft geleid tot een enorm schandaal.
Het tweede punt van het schandaal was dat er niemand controle had op de geschriften die in Jeruzalem werden bestudeerd. Je moest dus maar aannemen dat er stond wat de mensen vertaalden. Dat alles heeft geleid tot werkelijk suspenseachtige toestanden. De Dode Zee rollen hebben zelfs de kolommen van Panorama en de Playboy gehaald. Dat is een voorrecht dat Nag Hammadi nooit beschoren is geweest, want Nag Hammadi was eigenlijk helemaal niet zo bekend in het begin. Dat is uitermate vreemd als we daarbij bedenken dat de Dode Zee rollen, die inmiddels allemaal netjes uitgegeven zijn, nu in de ramsch liggen. Want nu is het ineens niet meer interessant voor journalisten om daarover te schrijven. Op zich is het een interessante vondst voor diegene die geïnteresseerd zijn in de Judaica en omdat er dingen instaan over de Essenen. Alleen in de Dode Zee rollen is dus niets te vinden over het Christendom. Dat heeft men in het begin wel gedacht toen er een wetenschappelijke jonge hond uit Engeland, John Allegro, werd toegevoegd aan het vertaalteam. Hij dacht dat de heilige maaltijd van de gemeenschap van de Essenen lijkt op het vroege Christendom. Vervolgens publiceerde hij in de New York Times een artikel, dat het Christendom eigenlijk helemaal niet nieuw was omdat er daarvoor al groeperingen waren geweest die hetzelfde deden als het Christendom. Dat hebben zijn medeonderzoekers, die wat bedaagder waren, hem niet in dank afgenomen. Zij hebben een open advertentie geplaatst in diezelfde New York Times waarin zij zich openlijk distantieerden van de uitlatingen van dhr. Allegro. Daarmee was de wetenschappelijke carrière van dhr. Allegro direct tot staan gekomen en hij is de wetenschappelijke wereld ingegaan als ‘Allegro non moderato’ (Allegro de niet gematigde). Hij heeft toen nog een boek geschreven over een paddestoelencultus en is daarna vroom gestorven.
Hoe anders met de Nag Hammadi geschriften die ons wel heel veel kunnen vertellen over het vroege Christendom en ook over Maria Magdalena. Het verhaal is eigenlijk heel kort want u kunt het overal nalezen. Trouwens aankomende zondag (30.10.) wordt de nieuwe vertaling aangeboden van de Nag Hammadi-Geschriften. In 1994 / 95 kwamen twee dikke delen uit met de volledige uitgave van de Nag Hammadi-Geschriften waar Willem Glaudemans en ik een aantal jaren aan gewerkt hebben. Wij hebben die vertaling opnieuw herzien en er zijn inzichtelijke registers gemaakt. Kortom een fantastisch boek wat ik u aan kan bevelen en het symposium daarover vindt aankomende zondag plaats. Dat even tussendoor.
Dus die Nag Hammadi-Geschriften waren spectaculair, zelfs zo spectaculair dat er niet over geschreven werd. De eerste theologen, braaf godsdienstig opgevoed, wisten niet zo goed wat zij ermee moesten, werden er eigenlijk een beetje door in verlegenheid gebracht. Dan kan je er maar beter over zwijgen dan dat je er over spreekt, wat altijd een handig wapen is geweest. Als je schrijver bent van een boek, zoals ik, heb je het liefst dat het of de hemel in wordt geprezen of helemaal afgekraakt. In ieder geval is er dan tumult en dat verhoogd altijd de verkoopcijfers aanzienlijk. Maar als er niet over geschreven wordt is dat het ergste wat je als schrijver kan overkomen. Nou dat gebeurde dus met die Nag Hammadi-Geschriften. De geleerden zeiden al te weten wat erin stond, want de kerkvaders hadden er al over geschreven. De kerkvaders hadden er inderdaad wel over geschreven, maar dit waren nu geschriften met duidelijke ‘inside–information’. Mensen, gnostici zelf hadden de geschriften geschreven en hun intieme religieuze ervaringen aan het papier toevertrouwd, waaronder dus een aantal zaken die min of meer al wel vermoed werden, maar hier nu zwart op wit stonden. Het bekendste daarvan is uiteraard het evangelie van Thomas, 114 uitspraken van Jezus, waarvan de helft tot dan toe onbekend was. 2000 jaar oud en pas sinds vorige eeuw herontdekt.
De vondst van Nag Hammadi heeft naast de betekenis voor het betere inzicht in de gestalte van Maria Magdalena nog voor iets anders gezorgd. Doordat er nu een aantal geschriften kwamen die een totaal ander licht wierpen op de geschiedenis van het vroege Christendom kwam er voor het eerst sinds 2000 jaar aandacht voer het allervroegste Christendom dat er bestaan heeft. Men las in de Nag Hammadi–Geschriften niet dat Jezus God was, ook niet dat hij onderdeel was van de triniteit en helemaal niet dat hij voor onze zonden gestorven was. Er stond wel in te lezen dat Jezus een mens was van vlees en bloed die zich verenigd had met de Christus tijdens de doop in de Jordaan en dus daardoor de Christusgeest in de mens aangeblazen had om tot transformatie en ontplooiing te komen. Ook in de Nag Hammadi– Geschriften werd Jezus dus wel de verlosser genoemd, maar niet de verlosser van buitenaf maar de innerlijke kracht waardoor de mens zichzelf tot ontplooiing kan brengen.
Dat werd door sommigen in de kerk van de tweede eeuw niet meer op prijs gesteld. Er ontstond eigenlijk een soort richtingenstrijd die nu nog steeds gaande is. Wat dat betreft is er nog niet veel veranderd. Er waren wat meer orthodox ingestelde mensen, de groepering die het uiteindelijk ook gewonnen heeft en de grondregels en de dogma’s voor het geloof heeft samengesteld. En er was een groepering die gnostisch was. Gnostisch komt van het woord ‘gnosis’ en wil dus zeggen kennis en inzicht. Hierbij gaat het niet om buitenkantkennis wat je leert op school, maar het gaat om binnenkantkennis, dwz. kennis van je ware wezen. In het begin hebben de twee richtingen elkaar waarschijnlijk redelijk in evenwicht gehouden, maar aan het eind van de tweede eeuw komt daar een omslag in. De orthodoxe richting komt boven drijven en de gnostici worden verketterd.
Alleen er is één ding dat ze vergaten en eigenlijk ook wel een klein beetje wilden vergeten, namelijk dat er ooit een Christendom was, het meest oude en authentieke Christendom dat we kennen, dat eigenlijk helemaal geen Christendom was maar een tak van het Jodendom. En zij hadden dezelfde opvattingen die later in de Nag Hammadi–Geschriften terugkomen en dan verwoord zijn door de zogenaamde gnostici. Hoe ging dat in zijn werk? Jezus van Nazareth was een joodse man. Ik kom er straks op terug want dat heeft ook consequenties voor zijn maatschappelijke positie en het heeft consequenties wat betreft de verhouding waarin hij tot Maria Magdalena stond. Jezus is als joodse jongen geboren, als joodse man gestorven en de eerste volgelingen van Jezus waren uiteraard ook Joden. Mensen, die Jezus gekend hadden en bijzonder geïnspireerd en geraakt waren door zijn immense uitstraling, want Jezus was wat hij zei, dat waren Joden die gewoon in de synagoge bleven komen.
Daarnaast belegden zij aparte bijeenkomsten om met elkaar de Christuservaringen te delen. Er waren in die vroege gemeente zeker tot aan het einde van de eerste eeuw heel veel mensen, zowel die Jezus gekend maar ook die alleen van Jezus gehoord hadden, die ineens een Christusverschijning kregen. Die verschijning in een visioen, een droom of net in het echt heeft een geweldig complexe en perplexe indruk achtergelaten. Dat is het begin geweest van het Christendom. Het waren dus Joden met iets speciaals zou je kunnen zeggen.
Wij hebben lange tijd gedacht, tot aan 1930, dat het Jodendom bestond uit drie groepen, namelijk de Farizeeën, de Sadduceeën en de Essenen. Nou vergeet het maar rustig lieve mensen. Een joodse geleerde die jarenlang in Berlijn doceerde heeft een aantal boeken geschreven over de grote diversiteit binnen het Jodendom aan het begin van de jaartelling. Er waren dus tientallen verschillende groeperingen die allemaal een bepaald thema hadden, wel Jood waren maar toch onderling van elkaar verschilden.
Zo werd ook lange tijd in de buitenwereld het jonge Christendom als een tak van het Jodendom gezien. Het was zeker in Jeruzalem niet vreemd, omdat de eerste leider van die gemeente een broer van Jezus was. Hij heette Jacobus, de rechtvaardige, en dat was een joodse eretitel. Toen Jacobus in 62 de dood vond door steniging ging er een golf van ontzetting door zowel de christelijke gemeente als door de andere Joden in Jeruzalem. Want ze hadden een rechtvaardige gedood en de Hogepriester die daarvoor verantwoordelijk was werd afgezet, een unicum in de Joodse geschiedenis. Natuurlijk heel opvallend dat niet Petrus de gemeente leidde, de rots waar Jezus zijn kerk op zou bouwen volgens Mattheüs en ook niet Johannes, de leerling die Jezus liefhad. Nee, een broer van Jezus, Jacobus, leidt dus die jonge gemeente van Jeruzalem.
In die gemeente en later in alle vroegchristelijke gemeentes, ook in de Paulinische gemeente, was er geen enkel onderscheid tussen man en vrouw. Mannen en vrouwen konden dus voorgaan in de dienst, konden bidden, het avondmaal bedienen, waren leraren, profeten, profetessen en waren ook apostelen. Als dhr. Johannes Paulus II, woonachtig in Rome, zegt dat vrouwen niet op het altaar mogen omdat Jezus alleen maar mannelijke apostelen zou hebben gehad, dan is dat dus een aperte historische onjuistheid.
Wij weten gewoon dat er in het vroege Christendom ook vrouwelijke apostelen waren. Er was zelfs een apostel die boven de apostelen stond, een apostola apostolorum, en dat was Maria Magdalena. De katholieke kerk heeft altijd gezegd wij beroepen ons niet alleen op de schrift zoals de protestanten dat doen, sola scriptura, wij hebben ook nog de traditie. En binnen die traditie is het zo geworden dat de vrouw geen functie meer mag hebben binnen het ambt, niet als priester gewijd mag worden. Daar kun je voor of tegen zijn, maar het is volkomen legitiem. Wat niet legitiem is, dat is je beroepen op een historiciteit die dus niet deugt.
Nu hadden de joodse Christenen een aantal opvattingen, eigenlijk de oudste opvattingen binnen dat Christendom, die later door de orthodoxe richting verketterd zijn geworden. Het lijkt een beetje op het verhaal van Dostojewski waar Jezus weer wordt geboren in de Middeleeuwen in Spanje en hij predikt weer hetzelfde dan toen hij hier op aarde rondliep. Vervolgens wordt hij gearresteerd door de inquisitie en ter dood gebracht want het is een ketter, omdat men de boodschap niet meer begrepen heeft.
De vroege Christenen zeiden dat Jezus een mens was van vlees en bloed, geboren uit een liefdesgemeenschap tussen zijn vader Joseph en zijn moeder Maria. Hij werd pas Christus bij de doop in de Jordaan, dat toen de logos, de Christus indaalde in de mens Jezus van Nazareth. En de logos werd vlees staat er in de proloog van het evangelie volgens Johannes. Die evangeliën zijn prachtig, alleen je moet ze wel kunnen lezen. Het hangt dus niet alleen af van de vertaling.
De joodse Christenen zeiden verder dat Jezus heeft geleden aan het kruis. Een mens kan je kruisigen, maar Christus, de godskracht, de lichtkracht die kan je niet kruisigen. Die Christuskracht bleef werkzaam in zijn volgelingen. Vroeger werden Christenen ook mensen van de weg genoemd, mensen die bezig waren aan een transformatie. Er is zelfs nog een uitspraak van Jezus bewaard: ‘Het leven is een brug, ga er over, ga er niet op zitten’. Het is beweging. En in het evangelie volgens Philippus staat, dat mensen die die weg gaan, zijn niet langer meer een Christen, maar een Christus. Het is natuurlijk wel te begrijpen dat er toen ook al Christenen waren die dat een beetje godslasterlijk en blasfemisch vonden. En dus is het niet helemaal vreemd dat die Nag Hammadi–Geschriften verkettert zijn. Maar heel veel dingen die erin staan grijpen terug op het allervroegste Christendom dat wij kennen.
Nogmaals wie was nu Maria Magdalena? Maria Magdalena was de apostola apostolorum, de apostel boven de apostelen. Dat kon alleen maar als je dus een ingewijde was. Want zoals alle religies in die tijd was ook het Christendom een inwijdingsreligie. En als Lucas schrijft over de vrouw van wie zeven demonen zijn weggegaan, dan weten wij o.a. sinds de Nag Hammadi–Geschriften dat dat in de oudheid heel gebruikelijk was.
De zeven demonen die waren weggegaan staan voor de zevenvoudige inwijding. En die zevenvoudige inwijding betekent de innerlijke verwerking van de zeven planeten, waarbij de zon en de maan werden meegerekend. De zon staat b.v. voor hoogmoed en die hoogmoed dien je in jezelf te transformeren tot medemenselijkheid en mededeelzaamheid. De maan staat voor oeverloze emotie en dat dien je om te buigen door verstand en gevoel met elkaar in harmonie te brengen. Venus stond voor begeerte, ook lichamelijke begeerte en dat dien je te transformeren door te streven volledig mens te worden, zoals wij dat ook terugvinden in het evangelie volgens Maria Magdalena. Er waren dus zeven oerkrachten waarbij je in de inwijdingsstadia in het vroege Christendom door leraren en apostelen werd geleerd die te transformeren. In wezen was dat die weggang, om dus niet op die brug te blijven zitten, maar daadwerkelijk aan jezelf te werken.
Daarnaast zijn wij er sinds Nag Hammadi achter gekomen, wat velen allang vermoedden, maar nooit durfden uit te spreken, dat Maria Magdalena zeker een tijd lang de vrouw / echtgenote was van Jezus van Nazareth. In de evangelie van Philippus staat dat er vele vrouwen waren, die met Jezus meetrokken, maar Maria Magdalena was zijn metgezellin en hij kuste haar vaak. De andere leerlingen zijn een beetje ontstemd en vragen ‘waarom houdt u meer van haar dan van ons?’ Jezus antwoordt met een wedervraag: ‘waarom houd ik van haar op een andere wijze dan van jullie?’ Want je kunt eigenlijk nooit van iemand meer houden. Liefde is liefde en is volkomen inclusief. Je kan wel denken dat je van iemand meer houdt, maar dat bestaat in wezen dus niet.
Jezus zegt, ik zal het jullie vertellen. ‘Als een ziende en een blinde in het donker zijn, dan zien zij geen van beide iets. Maar als het licht wordt, dan zal de ziende het licht zien en de blinde zal in het donker blijven’. Daar bedoelde hij mee dat Maria Magdalena de enige was van zijn apostelen / leerlingen die het volledige licht zag, die dus de volledige betekenis van Jezus begreep, ook dat Jezus Christus geworden was.
Dat er al heel lang aanwijzingen zijn voor een huwelijk tussen Jezus en Maria Magdalena is dus volstrekt duidelijk. In joodse kringen is altijd gezegd dat zij niet begrijpen waar de Christenen zo moeilijk over doen. Het zou zelfs heel vreemd zijn geweest als Jezus niet getrouwd zou zijn geweest want dan kon je namelijk geen rabbi zijn en overtrad je het eerste gebod ‘wees vruchtbaar en vermenigvuldig u’. En in de wetten van die tijd betekende dat een huwelijksaangelegenheid. Als Johannes schrijft over een bruiloft in Kana zal het velen verbazen dat een gast het voortouw neemt en water in wijn veranderde. Dat doe je niet als gast. Dat moet dus wel zo zijn dat het de bruiloft van Jezus en Maria Magdalena was. Ook Paulus had, als Jezus ongehuwd zou zijn geweest, het celibaat graag aangegrepen, want Paulus had het niet zo op het huwelijk.
Na alle vondsten bij Nag Hammadi, de Dode Zee rollen en de Berlijnse Codex is dus één ding heel duidelijk, dat Maria Magdalena heel dicht bij Jezus stond. En in die tijd en in die verhoudingen was het volstrekt onmogelijk dat een vrouw zo dicht bij een man verkeerde als er geen sprake was van een huwelijksrelatie. Ik denk wel dat dat het meest sluitende bewijs is. Ik ga u iets voorlezen uit ‘Het openvallend testament’ (Jacob Slavenburg) wat niet uit de bijbel komt, maar uit een heel andere bron. Het is geen historische bron in de zin dat wij daar nu iets mee bewezen hebben, maar het is wel een bron die een kleur heeft die ik ook terug vind in alle geschriften die aan Maria Magdalena zijn geweid. Het is een deel van een boek dat Maria Hillen ooit geschreven heeft, een helderziende vrouw uit Brabant. Zij heeft een tijdlang doorgevingen gehad van Jezus over zijn leven.
‘Nadat ik (Jezus) de inwijdingen had ontvangen in het klooster bij de Essenen en de verschillende energiestromen, of leringen, zich in mij hadden verenigd, is mijn leven tijdelijk het leven geweest van een gewone joodse man.
Een gewone joodse man in die tijd werd uitgehuwelijkt aan een joodse vrouw, wier familie een overeenkomst had gesloten met de familie van de jongeman. Dit is niets nieuws. Dit is niet schokkend. Dit is eeuwen zo geweest.
Ook ik werd uitgehuwelijkt aan een jonge vrouw, Maria Magdalena. Deze vrouw had mij zeer lief en ik heb haar ook zeer liefgehad. Het was een verbinding die in de sferen allang voor ons was weggelegd. Het was een verbinding die nodig was om mijn werk ten volle te kunnen uitdragen.
Mijn leven op aarde tussen de mensen had als bedoeling, juist doordat ik als mens tussen de mensen ben gaan wonen, dat er een uitwisseling zou gaan ontstaan, omdat ik mij gelijkwaardig opstelde aan de mens.
Mijn huwelijksleven was een zeer vruchtbaar leven, want de band die ik had met mijn vrouw was een band die dieper ging dan alleen de uiterlijke kentekenen van een huwelijk in die tijd. Maria Magdalena, mijn geliefde vrouw, was een mens en een zielewezen dat veel inwijdingen had ondergaan en die het weten in zich meedroeg, ook al was het moeilijk voor haar dat onder ogen te zien. Want ook zij was een mens gebonden aan de menselijke behoeften, en zij had mij zeer lief.
Uit onze liefde zijn verschillende kinderen geboren, die ieder hun eigen weg zijn gegaan en die mijn leer mede verkondigd hebben over de wereld.
Mijn huwelijk met Maria Magdalena heeft zeven jaren standgehouden; zeven jaren, waarin ik mij moest richten op het menselijk bestaan en het uitwisselen van de menselijke liefde.
Dit was een onderdeel in mijn leven om een basis te vinden voor wat zich in mij voltrok en wat ik naar buiten moest brengen, naar de mensen die het konden begrijpen.
Mijn huwelijksleven was een zeer vruchtbaar leven, omdat de menselijke gevoelens in mij werden gevoed en ondersteund door mijn samenzijn met deze vrouw. Hierdoor hebben zich vele menselijke gevoelens in mij geopenbaard en in mij vorm gevonden, zodat ze zich konden verenigen met de andere grote krachten die zich in mij manifesteerden. Je kunt mijn huwelijk zien als een bodem, als een basis, in het leven van de mens.
De mens Jezus, die zo vele energieën in zich samenvoegde, en zo’n grote kracht in zijn lichaam moest dragen, dat hij een voedingsbodem nodig had in de menselijke staat om dit te kunnen volbrengen en te kunnen dragen. Dit was de taak die Maria Magdalena had: om mij de voedingsbodem te geven en aan te geven, en zodoende bij te dragen aan de grote opdracht die stond te wachten.
Mijn huwelijksleven was een voorbereiding om mijzelf in een zodanige geesteshouding te brengen dat de wereld mij kon verstaan en ik de wereld kon verstaan.
In de dagen die voorafgingen aan mijn naar buiten treden heb ik diepe menselijke liefde ervaren. En daardoor heb ik de mogelijkheid gekregen om de mens datgene duidelijk te maken en datgene aan te geven waar ieder mens in zijn leven mee worstelt, namelijk het aardse leven zelf.
Een ziel daalt af in de materie en heeft in die materie niet meer de mogelijkheid die een ziel heeft als zij vrij is van de materie. Het aardse leven brengt met zich mee dat men in een vorm moet werken, in een vorm moet leren uitdrukken, en dat men gebonden is aan de aardse wetten. Dit is een patroon dat zo geschapen is, dat de mens zelf zo geschapen heeft, omdat het Plan ten uitvoer gebracht moet worden. Het Plan om de evolutie tot volheid te brengen. Het Plan om de geest te vullen. Niet alleen met het weten, maar ook met het zijn. Alleen door de vorm kan dit volbracht worden.
Daarom is mijn leven een gewoon leven geweest in die zin dat ik alle stadia heb doorlopen die ieder mens die incarneert, moet doorlopen; alleen met dit verschil dat in mij het bewustzijn was gelegd, en het bewustzijn altijd gebleven is. Het is in de wereld nodig dat de wereld zich leert openstellen voor de liefde’.
In een oud handschrift, het Evangelie van de Heilige Twaalven, wordt ook gerept over een huwelijk met Maria Magdalena: ‘En op zijn achttiende jaar werd Jezus uitgehuwelijkt aan Mirjam, een maagd van de stam Juda, met wie hij zeven jaren leefde, en zij stierf, want God nam haar weg, opdat Hij zou kunnen doorgaan tot de hogere dingen die Hij doen moest, en lijden voor de zonen en dochters der mensheid’.
Ik haal nog één klein stukje uit het boek ‘Een daad van liefde’ van Maria Hillen: ‘Na mijn doop in de Jordaan ging er een grote verandering komen in mijn leefwijze. Deze verandering bracht mee dat ik afscheid moest nemen van mijn dierbare vrouw. Maria Magdalena heeft dit geweten en heeft dit aanvaard, ook al was het voor haar zeer moeilijk en kon ze niet precies begrijpen hoe mijn leven was en wat het doel van mijn leven was.
Innerlijk wist zij, maar ook zij was een mens op deze aarde, met deze gewone menselijke gevoelens. Zij heeft haar leven in dienst gesteld van mijn opdracht. Dit is zo’n grote liefdesdaad geweest dat de energie daarvan nog steeds levend is in de kosmos. Op de aarde is haar energie nog steeds te voelen, alhoewel de mensheid haar gemaakt heeft tot een lijdensvoorwerp, wat zij helemaal niet geweest is.
Zij was een vrouw met het weten in zich. Zij was een vrouw die wist dat er een opdracht wachtte. Zij was een vrouw die de keuze kon maken. Zij was een werkelijke vrouw.
Vandaar dat er verhalen in omgang zijn gekomen over de verschillende facetten van het vrouwelijk zijn. Dit bracht met zich mee dat men de dingen heeft verwoord op een manier die de halve waarheid weergeeft. Het menselijk bewustzijn was blijkbaar niet in staat de grootsheid van deze vrouw te voelen en te ontvangen en weer te geven in de geschriften die overgebleven zijn. Men heeft de werkelijkheid verdraaid en daardoor de zin van haar bestaan een andere wending gegeven.
Natuurlijk lag de liefde in haar opgesloten. Natuurlijk lag de lichamelijke liefde in haar opgesloten en heeft ze deze liefde met zo’n passie en zo’n toewijding uitgedragen en gegeven aan de man die zij zo liefhad. Dit is ook een werkelijk stuk van het menselijk bestaan. En dit stuk heeft eeuwenlang in de mens de onzekerheid gebracht en heeft daardoor het vrouwelijk element in het menselijk bestaan in een bepaalde hoek gedrukt. Men heeft nooit begrepen dat dit element nodig is om tot heelheid te komen.
Maria Magdalena was mijn zeer geliefde vrouw, die al het vrouwelijke in zich meedroeg en het vrouwelijke gegeven heeft, zodat ze in mij die menselijke aanvulling kon geven waardoor ik als mens tot heelheid kwam. Ik ben geboren in een mannelijke gestalte. Mijn geest droeg het vrouwelijke en het mannelijke in zich. Doch mijn manifestatie op aarde was in een mannelijke gestalte en mijn persoonlijkheid droeg het mannelijk bewustzijn in zich.
Deze vrouw heeft in mij de heelheid gebracht. In mijn menselijke persoonlijkheid heeft ze mij de heelheid gegeven. Om de heelheid te ervaren moet een mens zich durven te geven zoals hij als mens geboren is, met al zijn gevoelens en emoties die hieraan verbonden zijn en die de leidraad zijn in het leven. Maria Magdalena was een mens die dit in zich meedroeg en zodoende de aarde het vrouwelijke element gebracht heeft, wat zo eenzijdig in de geschiedenis is weergegeven’.
Dank u wel!

Verzorging verslag: Brit Janssen

terug naar boven